Baltic Summer Supervision Qualityday

LVSC
Type: blog
Datum: 5 september 2018

Baltic Summer Supervision Qualityday

Conferentie 17 augustus 2018 in Riga- Letland

Toeval of niet: de Baltische Staten vieren dit jaar hun 100 jarige onafhankelijkheid. Dus is het feest in Tallinn, Vilnius en Riga.

En juist in dit jaar organiseert de Letse Supervisievereniging een conferentiedag voor supervisoren uit Letland, Estland en Litouwen in Riga. Het is de eerste keer dat dit gebeurt en het bericht werd opgepikt door de CIC (commissie internationale contacten LVSC): daar wilden we bij zijn! Het contact was snel gelegd: niet alleen zijn de supervisoren en coaches uit de Baltische Staten trouwe bezoekers van de Summer Universities van ANSE, het contact is ook gegroeid door het project Grundtvig (2008-2010) en in mijn geval door de deelname aan een internationale intervisiegroep.

Een zonnige dag en een prachtig gerenoveerd gebouw van het ministerie van Justitie in Riga waren het decor voor een volle en goed georganiseerde dag onder (veel vertrouwde) collega’s. Er waren 57 supervisoren uit de Baltische landen en 3 uit andere Europese landen. Meteen werd duidelijk dat de voertaal Engels zou zijn, immers ook de collega’s uit Estland, Letland en Litouwen hebben elk een eigen taal. Hoewel…..velen spreken ook nog vloeiend Russisch….

Riga is een luidruchtige stad….en een vergelijk met de aanwezige supervisoren die dag is te maken: iedereen was blij met deze meeting. Niet in de laatste plaats om de verbinding te voelen. Ilse Dreifelde (voorzitter supervisievereniging Letland) hield een welkomstwoord in het Lets dat onmiddellijk vertaald werd in het Engels.

‘Quality is not an act, it’s a habit’ (Aristoteles)

Met de toenemende populariteit van supervisie en het groeiend aantal gekwalificeerde supervisoren in de Baltische Staten (zie toelichting onderaan in dit artikel)  nam Letland dit jaar het initiatief om een speciale dag te organiseren met discussie en workshops onder de noemer Quality in Supervision.

Aan de hand van vijf topics: education, theory, practice, research and development, professional associations, gaf Wolfgang Knopf in zijn keynote een overzicht en een persoonlijke impressie van een toekomstige ontwikkeling van supervisie en coaching van organisaties in Europa.

Hierbij legde hij het accent op gekwalificeerde programma’s voor trainers en het belang van een goede communicatie: niet alleen de inhoud telt, maar ook hoe die inhoud verteld wordt en wat de reactie hier vervolgens op is. Zijn stelling is: ‘Communicatie is het basisproces voor ons werk’.

Voor organisaties is het in deze tijd belangrijk om nooit de core-busines uit het oog te verliezen en om teams als een sociaal systeem te blijven zien. Hiertoe refereerde Knopf aan de opvattingen die Edgar Schein beschreef (1980)  over een organisatiecultuur en de verandering hiervan. Uitgaande van het feit dat een organisatiecultuur een abstract begrip is, vroeg Schein zich af waarom er zoveel verschillen zijn in het omgaan met elkaar in organisaties. (zie voor meer informatie) Overigens sluit dit goed aan bij de aandacht binnen LVSC voor organisatiebegeleiding middels het project onder leiding van Michiel de Ronde met a;s doel om de derde ‘poot’ van onze vereniging meer te richten op het begeleiden van organisaties.

Wil een organisatie een cultuurverandering ondergaan dan gaat het onder meer over voorbeeldgedrag, opvattingen, status en benoemingen, de zogenaamde direct werkende mechanismen. Deze beïnvloeden op een directe manier de organisatiecultuur.  Indirecte mechanismen beïnvloeden niet direct maar zijn wel bepalend: missie en visie, huisstijl, rituelen en vormgeving.

Overigens kwam dit thema ’s middags terug in de workshop over kernkwadranten door een Litouwse collega (Žilvinas Gailius): hebben organisaties gevoelens en/of emoties? Een boeiende discussie, maar we kwamen er niet uit…!

Keynote Knopf pleitte voor het belang van aandacht voor de driehoek: werk, supervisant en organisatie, hetgeen in het Nederlandse supervisiemodel een bekend gegeven is. Tot slot brak hij een lans om supervisie ook een ‘room for space’ te laten zijn: een vrijplaats om met afstand de supervisant naar zijn werk te laten kijken. En: de supervisor moet altijd in staat zijn alle ‘ellende’ die de supervisant mogelijk wil uiten te ‘containen’ (Bion 1962).

Samenvattend gaf Knopf nog een aantal aanbevelingen mee als het gaat om supervisie aan organisaties:

  • Erken de dynamiek van de organisatiestructuur
  • Wees nieuwsgierig
  • Wees sceptisch ten aanzien van bekende dynamieken
  • Wantrouw eerste indrukken
  • Communicatie is een ‘tricky thing’
  • Een casus toont een probleem en verbergt een ander

Metaforen en workshops

In de workshops was ruimte om in metaforen over kwaliteit in supervisie te praten aan de hand van de vraag: wat is je ervaring met een moment van kwaliteit als supervisor? In de groep bleek vooral dat ruimte  geven aan de supervisant het meest genoemd werd als kwaliteit van ons werk. Als supervisor voor een moment je losmaken van alle kennis van methodes en theorie. Alleen daar te zijn met een ‘actieve aanwezigheid’ voor de supervisant. Dan kan die een gevoel krijgen zich in een ‘free zone’ te bevinden, zich bijvoorbeeld bewust te worden van de keuzes die hij maakt. Voor de supervisor is het dan: do nothing, work hard (in the head).

Mooi om te merken dat, in wat voor land of taal je ook superviseert, sommige ervaringen overeenkomsten hebben. Grenzen vallen even weg. Een mooi voorbeeld van het niveau waarop we als Europese supervisoren elkaar kunnen verstaan als het gaat om uitwisseling van het vak en hoe we daar vaak hetzelfde over denken. Is dit het directe resultaat van de ‘indirecte mechanismen’ van bijvoorbeeld ANSE (missie en visie, huisstijl, rituelen en vormgeving) als we denken aan de eerder genoemde theorie van Schein? Overigens niet toevallig: het eerste ANSE Journal van 2017 had ook als thema Quality….zie ook www.anse.eu.

Persoonlijk vond ik dit het meest indrukwekkende onderdeel van de dag. Een zekere vertrouwdheid werd voelbaar in het praten over het werk. “Een sfeer van hoe intervisie kan zijn”, noemde een deelnemer het.

Empathy mapping

Een andere workshop die ik volgde werd voortreffelijk geleid door de jonge Estlandse supervisor Anne Randväli. Ook dit was indrukwekkend, mede omdat hier de ‘jonge’ generatie supervisoren een stem kreeg. De workshop werd zo goed geleid omdat Anne in staat was met een grote groep supervisoren een prima structuur neer te zetten zodat er snel consensus werd gevonden over de manier van werken. Een knap staaltje van het hanteren van groepsdynamiek!

De methode empathy mapping was nieuw voor mij (voor Nederlandse informatie: klik hier) Ook hier bleek dat in een kleine groep (4 verschillende landen) het samenwerken meer was dan de som der delen: we kropen ‘in de huid’ van een ‘nieuwe’ supervisant (uit 2 verschillende landen) en probeerden gedachten en gevoelens te verwoorden. Een prima oefening voor supervisoren maar ook moeilijk: zet je eigen gedachten/oordelen/oplossingen maar eens on hold….

En ook hier weer de ervaring: het maakt niet uit waar je opgeleid bent/werkt als supervisor….er ontstaat een gemeenschappelijk denken over grenzen heen.

Vuurwerk als slotakkoord

De dag werd afgesloten met een paneldiscussie van de zes aanwezige landen over de topics van de dag. Hierna was het tijd voor een boottochtje over de Gaudava die dwars door Riga stroomt. Naast hapjes en drankjes markeerde de gouden zonsondergang een schitterend einde van een boeiende studiedag met fijne collega’s.

Een dag later trakteerde Riga ons op een supervuurwerk ter ere van 100 jaar onafhankelijkheid. Een prachtig slotakkoord.

Aanbevolen: internationale intervisiegroep

Voor de lezers van dit artikel: deelname aan een internationale intervisiegroep  zal ongetwijfeld ook dergelijke mooie ervaringen opleveren. Van harte aanbevolen!

En: neem eens een kijkje op de sites (tekst is ook in het Engels) van onze zusterverenigingen in de Baltische Landen

Estland: www.supervisioon.ee 

Litouwen: www.supervizija.lt 

Letland: http://www.supervizija.lv 

Gerian Dijkhuizen
Lid CIC LVSC
Augustus 2018

Achtergrondinformatie over de ontwikkeling van supervisie in de Baltische staten

Er zijn nu drie volwaardige supervisieopleidingen in Letland (1.9 miljoen inwoners). Dat is veel voor een land met nog geen twee miljoen inwoners. Een 93-tal supervisoren is  afgestudeerd en lid van de vereniging. De wat ‘oudere’ garde studeerde in Tallinn Estland onder leiding van de Duitse docent Aachim Fritsche. In Litouwen (2.8 miljoen inwoners) werd de supervisie opleiding ook door Duitse docenten opgezet. Er zijn minder supervisoren (60) dan in Letland maar de opleiding  en de vereniging maken een groei door.

In Estland (1,3 miljoen inwoners) is sinds een paar jaar ook een supervisieopleiding van start gegaan. Het land heeft ruim 110 bij de vereniging aangesloten supervisoren.

De Baltische staten zoeken elkaars toenadering: ze hebben praktisch dezelfde ‘historische’ achtergrond en de bundeling van ervaring en kennisuitwisseling komt in meerdere projecten tot uiting. Zo doceren een Letse en een Litouwse supervisor bij de supervisieopleiding in Oost Oekraïne: zij spreken beiden vloeiend Russisch.

vlnr: Arita Featherstone (Letland), Per Wolfrum (Duitsland), Wolfgang Knopf (Oostenrijk), Gerian Dijkhuizen (Nederland), Rasa Naujanine (Litouwen), Inese Stankusvisa (Letland), Liisa Raudsepp (Estland)