Terugblik van Sijtze de Roos op voorzitterschap ANSE

LVSC
Type: blog
Datum: 20 november 2018

Sijtze de Roos nam onlangs afscheid van zijn rol als voorzitter bij ANSE (Association of National Organisations for Supervision in Europe). ANSE is de Europese overkoepelende organisatie van landelijke supervisie organisaties uit Oostenrijk, Duitsland, Hongarije, Zwitserland en Nederland. In deze blog blikt hij terug op zijn tijd als ANSE-voorzitter.

Hoe kijk je terug op je tijd bij ANSE?
Met plezier. Ik ben al meer dan twintig jaar actief betrokken bij ANSE. In al die jaren heb ik interessante ‘anderen’ leren kennen en boeiende plaatsen waar je normaal gesproken niet zo gauw komt; al helemaal niet om daar als het ware ‘achter de voordeur’ te mogen kijken. Ik heb daarnaast het geluk gehad met prettige en zeer capabele collega’s te mogen samenwerken en bovendien werden we erg gesteund door het enthousiasme van de ANSE-community. De Summer Universities van Stavanger (2011), Kaunas (2013), Zadar (2015) en Rotterdam (2017) staan symbool voor de grote betrokkenheid van collega’s ‘all over Europe’. 

Welke ontwikkelingen vallen je vooral op?
Europa is een continent van grote verscheidenheid. Ik heb een tijd in Zuid-Afrika gewoond en ik ken de Oostkust van de Verenigde Staten. Die streken verschillen behoorlijk van Europa. Maar naar mijn indruk zijn de verschillen binnen Europa zeker zo groot, zowel in cultureel als in politiek en historisch opzicht. Dus ik zou zeggen: als eerste valt de verscheidenheid op en die ontwikkelt zich door.

Diversiteit is mooi, maar komt met problemen. Het helpt niet om die moeilijkheden weg te poetsen; je moet ze recht in het gezicht (leren) kijken. Dat is een taak voor ons allen, en dus ook voor ANSE. Die kunst kun je bijvoorbeeld beoefenen in Internationale Intervisiegroepen. Zo is de precieze betekenis en de gevoelswaarde van woorden en begrippen al verschillend, en ook opvattingen over supervisie variëren enorm. Dat kan soms behoorlijk botsen.

Verder is ons continent onderhevig aan fundamentele ecologische, technologische en sociaaleconomische veranderingen die hun invloed op de begeleidingspraktijk niet zullen missen. Ik noem het opkomend nationalisme en geopolitieke machtsverschuivingen, die in Midden- en Oost-Europa vaak wegdrijven van de liberale democratie zoals wij die kennen en te veel voor lief nemen. 

Wat je ook merkt is een toenemend ongemak in het Westen, deels ook in het Oosten, met de commodificering van alledaagse menselijke vermogens. Je ziet die verzakelijken tot gecertificeerde ‘producten’ die op deels afgeschermde markten worden verhandeld. Tegelijkertijd zie je een drive naar verdere professionalisering van ons vak. Maar hoe commercialisering en professionalisering zich tot elkaar (gaan) verhouden is bepaald geen uitgemaakte zaak. Duidelijk is wel dat dit – zeker ook bij ons – een beroepspolitieke kwestie is, die vergaande consequenties voor het vak en de samenleving kan hebben. Werk aan de winkel dus.

Op welke ontwikkeling mogen supervisoren en coaches / LVSC/ ANSE (naar keuze) inspelen?
Ik beperk me nu even tot ons land. Ik vind dat wij kritischer op ons vak zouden moeten zijn. Naar mijn indruk heeft het individualisme – en daarmee het voornamelijk psychologisch interveniëren – zijn langste tijd wel gehad, en wordt steeds duidelijker wat daar de schadelijke beperktheden van zijn. In het tweede nummer van het ‘ANSE Journal’ staat een ook op dit punt relevant interview van Ineke Riezenbos met Seyda Buurman-Kutsal. Maar deze strijdige ontwikkelingen spelen ook in andere landen, zie hiervoor de artikelen van Jean-Paul Munsch (Zwitserland), Sigi Tatschl (Oostenrijk) en Monique Castillo (Frankrijk) in datzelfde nummer. 

Reijer Jan van ‘t Hul neemt vanuit LVSC plaats in het ANSE-bestuur. Welk advies geef je hem mee?
Internationaal iets van de grond krijgen is eindeloos geduldwerk, de termijnen zijn lang en besturen is op zich al een vrij abstracte bezigheid; zeker op ANSE-niveau. Wil dus niet te snel gaan, dan glipt het je zo door de vingers. 

Laat ik daar meteen dit bij zeggen: waar ‘oude rotten’ voor moeten oppassen is om hun opvolgers ongevraagd voor de voeten te lopen met hun zogenaamd goede raad. Voor je het weet komt dat neer op een poging belangrijk te blijven terwijl je tijd voorbij is. Laat ik vooral proberen om dat te vermijden. Bovendien: Reijer Jan is uitstekend in staat, lijkt mij, om ANSE als bestuurder samen met zijn collega’s verder te ontwikkelen. 

Wat ga je doen met de tijd die nu vrijkomt?
Is tijd ooit vrij? Wat vrijkomt is, vermoed ik, vooral energie. Want hoe mooi het ook was, er valt, moet ik zeggen, wel een last van mijn schouders. En voor energie weet ik wel een nuttige toepassing. Het gaat, denk ik, helemaal niet zo goed met de wereld, en al leven we ondanks de problemen en wrijvingen in dit landje in relatief paradijselijke omstandigheden – veel mensen hebben volgens mij geen idee hoe goed we het hier hebben – valt hier ook het nodige aan scheefgroei en misère aan te pakken. 

Sijtze de Roos