Het reflectieve vermogen van leiders “De spiegel van de ziel”

Voor zijn studie - Parttime Master Bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam - schreef Juri Hoedemakers een scriptie getiteld Het reflectieve vermogen van leiders "De spiegel van de ziel'. Hij werd met deze scriptie bekroond tot Winnaar Beste Scriptie Lichting 2018-2020. Hieronder lees je de samenvatting van de scriptie. De volledige scriptie is - exclusief voor LVSC-leden - onderaan de pagina te downloaden. 

Om antwoord te krijgen op de vraag ‘Op welke wijze en door wie wordt tegenwoordig het reflectieve vermogen van een leider vergroot?’ heb ik twintig bestuurders van zorgorganisaties in Nederland geïnterviewd. Hieruit kwam naar voren dat de mensen die het reflectieve vermogen kunnen vergroten heel divers zijn. De ene functie is weliswaar wat meer gericht op het vergroten van het reflectieve vermogen dan de ander, maar over de gehele linie kwam naar voren dat dit toch meer persoonsgebonden dan functiegebonden is. De meest interessante uitkomst bij de vraag door wie het reflectieve vermogen van een leider wordt vergroot, was dat er altijd iemand anders nodig is om volledig te reflecteren. De belangrijkste reden hiervoor die werd genoemd door de zorgbestuurders was dat je altijd te maken hebt met een blinde vlek of een dode hoek. Dit komt overeen met wat ook het Johari-venster weergeeft.

Bij de vraag op welke wijze het reflectieve vermogen van een leider wordt vergroot, gebeurde er iets opvallends; iets wat een directe verbinding legt tussen het verleden en het heden. Toen ik de resultaten aan het bestuderen was, kwam ik erachter dat bijna alle rollen van de vroegere hofnar terugkomen in de manier waarop tegenwoordig het reflectieve vermogen van een leider wordt vergroot.

Aan deze resultaten heb ik twee grote hoofdconclusies verbonden:

  • Ieder mens heeft een blinde vlek, dus er is altijd een ander nodig om volledig te kunnen reflecteren
  • Er is behoefte aan de meeste functies van de hofnar als het gaat om het vergroten van het reflectieve vermogen.

En ook heb ik drie kleinere conclusies getrokken:

  • Er moet altijd expliciet tijd worden genomen of gecreëerd voor reflectie.
  • Reflectie kan alleen wordt toegepast op het verleden, of het nu 0,1 seconde of 1.000 jaar geleden is.
  • Er kan onderscheid worden gemaakt tussen actieve en passieve reflectie. Bij actieve reflectie stappen mensen zelf de reflectieve cirkel in en bij passieve reflectie helpt iemand anders hen de reflectieve cirkel te doorlopen.

Ten slotte ben ik ook op basis van de bovenstaande conclusies tot een nieuw reflectiemodel gekomen dat bestaat uit een actieve reflectieve cirkel en een passieve reflectieve cirkel. Met betrekking tot de actieve reflectieve cirkel heb ik vier reeds bestaande reflectiemodellen samengevoegd, namelijk die van Agryris & Schön (1978), Kolb (1984), Gibbs (1988) en Korthagen (1993) en daar twee elementen aan toegevoegd: tijd & afstand en de blinde vlek. Met betrekking tot de passieve reflectieve cirkel ben ik erachter gekomen dat de manier waarop je iemand door de cirkel begeleidt enorm belangrijk is. Dit moet volgens bepaalde voorwaarden geschieden en ik heb ontdekt dat deze voorwaarden exact overeenkomen met de functies die de hofnar vroeger had.

Bij verder onderzoek heb ik aanbevolen om onderzoek te doen naar de comeback van de hofnar als functie. Hoe zou dat er in de praktijk uitzien? 

​​​​​​​Juri Hoedemakers